Gerlinde Habekotté maakt beelden en installaties in een heel eigen, herkenbaar handschrift van lijnen. Ze smeedt staal en onderzoekt de ruimte die ze aftast en begrenst. De open, organische structuren laat ze “groeien” ze vormen een eigen poëtische taal, die refereert aan landschappen, machines en meubels.
Ze heeft altijd veel belangstelling voor de natuur om haar heen en het boerenbestaan.

 

 

 

Dromen uit de kindertijd, de romantiek en nostalgie van het leven op het platteland.

De grote problemen op het gebeid van wereldwijde verarming van de natuur door de grootschalige monoculturen, dierziekten, plagen, nieuwe virussen, woestijnvorming en daarmee samenhangende vluchtelingenstromen houden haar bezig.

 

Hoe kan ze dat verwerken in kunstwerken?