Programma

11 oktober Roland Colastica en Rodaan Al Galidi

29 november Reve-avond met Nop Maas en Diederik van Vleuten, deel 2

24 januari Poëzie: Neeltje Maria Min, Pieter Boskma en Menno Wigman

28 februari Indische avond met Eveline Stoel en Reggie Baay

21 maart Houellebecq-avond met Martin de Haan en Pieter van den Blink

 

donderdag 11 oktober 2012
Rodaan Al Galidi en Roland Colastica

Een patchwork deken van taal, een zee van verhalen: vanavond bent u te gast in de wereld van twee hartverwarmende schrijvers.
Roland Colastica (Curaçao, 1960) schrijft gedichten en verhalen voor kinderen en volwassenen in zijn moedertaal, het Papiamento. Hij studeerde en werkte enige jaren in Nederland, maar woont alweer jaren op zijn geboorte-eiland.
In 2006 ontving hij de hoogste culturele onderscheiding van Curaçao, de Cola Debrotprijs. Afgelopen juni verscheen zijn eerste Nederlandstalige boek, Vuurwerk in mijn hoofd. Het is een spannend jeugdboek dat een uniek inkijkje geeft in de hedendaagse samenleving op het eiland. Bas Maliepaard in Trouw: “Colastica schrijft pakkend, zet levensechte personages neer en roept het eiland vol cactussen, wayakábomen, kolibries, leguanen en magische verhalen beeldend op.”
Toen Rodaan Al Galidi (Irak, 1971) in het land van Saddam Hoessein werd opgeroepen voor militaire dienst, vluchtte hij en kwam in 1998 in ons land terecht. Hij leerde zichzelf Nederlands en in sneltreinvaart trad hij als dichter, schrijver en columnist toe tot de literaire wereld. Hij werd een graag geziene gast op literaire podia. Zijn derde bundel, De herfst van Zorro, werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs en daarmee is hij de eerste uitgeprocedeerde asielzoeker die hiervoor in aanmerking komt. Al Galidi schrijft toegankelijke, tragikomische poëzie in beeldende, soms sprookjesachtige taal, waarin hij zich verhoudt tot zijn ballingschap, zijn vaderland en het nieuwe land dat hem niet accepteerde. Met een scherp oog karakteriseert hij de Nederlandse gewoonten, zowel in de literatuur als daarbuiten.

naar boven

donderdag 29 november 2012
Reve-avond met Nop Maas en Diederik van Vleuten, deel 2

Twee jaar later dan gepland zal het dan toch gebeuren, half november verschijnt het laatste deel van de biografie over Gerard Reve, Kroniek van een schuldig leven. De late jaren (1975-2006). Hierin wordt de relatie van Reve met de veel jongere Joop Schafthuizen uitvoerig belicht. Omdat erfgenaam Schafthuizen bezwaar tegen de inhoud maakte, was van meet af aan duidelijk dat publicatie ervan op losse schroeven stond. Juni 2012 gaf de rechter eindelijk het groene licht. Dat vraagt om een vervolg op de Reve-avond van drie jaar geleden.
Zeker omdat Gerard Reve (1923-2006) een van de bepalende figuren was in het culturele leven van de tweede helft van de twintigste eeuw, en zijn werk tot de canon van de literatuur behoort, verdient zijn biografie alle aandacht. Zijn leven lang was hij een omstreden auteur, die geregeld in de publiciteit kwam wegens zijn non-conformistisch optreden en zijn provocerende uitspraken.
Reve-biograaf Nop Maas (1949) was editeur van de brievenbundels van Gerard Reve en bezorger van diens Verzameld werk. Hij bezorgde onder meer de briefwisselingen tussen Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Geert van Oorschot en, samen met Maaike Meijer, de briefwisseling tussen Vasalis en Geert van Oorschot.
Cabaretier Diederik van Vleuten (1961) is een groot bewonderaar en verzamelaar van het werk van Gerard Reve. Zelf heeft hij net een succesvol theaterseizoen achter de rug met het prachtige programma Daar werd wat moois verricht. In 2011 ontving hij als eerste de Boudewijn Büch-prijs, omdat hij een ‘onvermoeibaar pleitbezorger is van het antiquarische boek.’ Nu is hij bezig met zijn nieuwe productie Buiten Schot, die in januari 2013 in première zal gaan.

naar boven

donderdag 24 januari 2013

Neeltje Maria Min, Pieter Boskma en Menno Wigman

Juist omdat Bergen haar zo nabij is, komt Neeltje Maria Min hier niet vaak voor het voetlicht. Bijzonder dus dat zij, in gezelschap van Pieter Boskma en Menno Wigman, aan de vooravond van Gedichtendag 2013 in haar geboortedorp zal voorlezen. Van Pieter Boskma verschenen er de afgelopen tijd twee grote en ook grootse bundels, Doodsbloei (2010) en Mensenhand (2012). Zijn moordende schrijftempo is niet bij te benen. Het is hoog tijd dat hij het Bergense publiek komt bijpraten. Van Menno Wigman verscheen dit jaar Mijn naam is Legioen, een bundel die zoveel publiciteit kreeg, zoveel lovende kritieken en interviews, dat we ook hem niet willen missen.
Neeltje Maria Min (Bergen, 1944) debuteerde in 1966 – ze was toen pas 22 jaar – met de bundel Voor wie ik liefheb wil ik heten. Het werd een ongeëvenaard succes, ruim 80.000 exemplaren in meer dan 20 drukken! In november 2011 werden enkele van haar gedichten voor de Poetracks in muziek omgezet door onder anderen Lenny Kuhr, Janne Schra en Blaudzun.
Pieter Boskma (Leeuwarden, 1956) debuteerde met de bundel Quest (1987). Hij maakte met onder meer Joost Zwagerman en Tom Lanoye deel uit van de dichtersgroep ‘De Maximalen’. Hij wordt geprezen om zijn ‘grote beeldkracht en muzikaliteit, de combinatie van het lyrische en het epische, de bedwelmende cocktail van tonen, thema’s en stemmingen.’
Menno Wigman (1966) debuteerde in 1997 met de bejubelde bundel ’s Zomers stinken alle steden. Voor zijn bundel Zwart als kaviaar (2001) ontving hij de Jan Campert-prijs. Hij werd in januari voor de duur van twee jaar aangesteld als Stadsdichter van Amsterdam.

naar boven

donderdag 28 februari 2013
Indische avond met Eveline Stoel en Reggie Baay
Twee schrijvers, elk om persoonlijke redenen betrokken bij de Indische geschiedenis, zullen ons op deze avond met hun boeiende verhalen enkele hoofdstukken uit ons koloniale verleden onthullen.
Eveline Stoel (1971) raakte geïnteresseerd in het verleden van haar schoonfamilie. Hieruit ontstond het boek Asta’s ogen, een familiegeschiedenis, een introductie tot de Indische geschiedenis en cultuur en een verhaal over integratie in één. Het is het verhaal van een gewone familie van Indische Nederlanders die in 1955 vanuit Surabaya naar Nederland vertrekt. Daar zitten ze opeens, vanuit een groot huis met baboes, in een contractpension in het Brabantse Oss, omringd door klompendragende boerenkinkels die neerkijken op een donkere huid….
Reggie Baay (1955) schreef met Gebleekte ziel (2012) een roman over een onbekende zwarte bladzijde van de Nederlandse koloniale geschiedenis. De jonge en intelligente Nyoman Darma is in 1879 naar Nederland gestuurd omdat men hem als een gevaar beschouwde voor de stabiliteit van de kolonie. De bedoeling was hem hier te ‘bleken’ en te ontdoen van zijn inheemse identiteit. Het boek werd enthousiast ontvangen: ‘de vertelwijze doet de lezer op zeer indringende wijze voelen wat er aan beschamends is gebeurd in deze uithoek van onze nationale geschiedenis. Tegen zo’n historische roman kan geen geschiedenisles op.’(VN)
In 2006 verscheen Baays autobiografisch getinte roman De ogen van Solo, de geschiedenis van een Indische vader gezien door de ogen van een zoon. Daarna volgde De njai, het concubinaat in Nederlands-Indië (2008). Deze taboedoorbrekende studie vertelt voor het eerst openlijk over het leven van deze inlandse vrouwen.

naar boven

donderdag 21 maart 2013
Houellebecq-avond met Martin de Haan en Pieter van den Blink

Elke samenleving heeft haar zwakke punten, haar wonden. Leg je vinger op de wond, en druk goed hard. Spit de onderwerpen uit waarover niemand wil horen. De achterkant van de façade. Leg de nadruk op ziekte, lelijkheid, verval. Praat over de dood en over de vergetelheid. Over afgunst, liefdeloosheid, frustratie. Wek afkeer op, dan zit je goed.’ (Houellebecq, 1991)
Houellebecqs essays, dichtbundels en romans geven, hoe grappig ze soms ook zijn, geen vrolijk beeld van de wereld waarin we leven. Toch is zijn werk geen politiek manifest in een literair jasje: daarvoor bevat het te veel tegenstrijdigheden, is de taal te gevarieerd en zijn spel te groot. Een avond over deze prikkelende schrijver.

Martin de Haan (1966) schrijft: ‘Sinds Sartre en Camus heeft geen enkele Franse schrijver internationaal zoveel aandacht getrokken als Michel Houellebecq. Brutaal, intelligent, wars van regels en conventies: de auteur van Elementaire deeltjes en Platform schrijft boeken van het explosieve type.’
De Haan, vertaler van Franse literatuur, was van 1998 tot 2009 recensent Franse literatuur voor de Volkskrant. Hij schreef diverse essays, o.a. over Raymond Queneau, Milan Kundera en Michel Houellebecq. Hij interviewde deze laatste ook enkele malen. Naast werk van Houellebecq vertaalde hij Proust, Diderot, Kundera, Zola en anderen.
Pieter van den Blink (1966) woonde lange tijd in Parijs en was daar correspondent voor diverse media, waaronder het NOS-journaal. Hij werkte eerder als redacteur bij dagblad Trouw en sinds september 2005 bij Vrij Nederland. Hij schrijft over Frankrijk, de Franstalige wereld en literatuur. Van den Blink interviewde Michel Houellebecq een aantal malen en schreef artikelen over hem.

naar boven