De tocht van de olifant | auteur: José Saramago

Meulenhoff | € 19,95

Uitgangspunt is een klein historisch gegeven. In 1551 schenkt de koning van Portugal een Indiase olifant aan zijn neef Maximiliaan van Oostenrijk. Het verhaal is eenvoudig: de olifant, Salomon geheten, moet naar Wenen. Eerst naar het Spaanse Valladolid, waar Maximiliaan op dat moment verblijft, vervolgens met de Oostenrijkse karavaan naar Wenen. Deze tocht, met in het middelpunt Salomon en zijn Indiase kornak (olifantenverzorger), beslaat de gehele nieuwe roman van José Saramago.

Alleen al de praktische uitvoering van de reis, die begint in Lissabon, is een genot om je voor te stellen. Want hoe vervoer je midden zestiende eeuw een olifant? Voorop Salomon met hoog op de schouders van het dier de kornak. Daarachter de ossen met op de ossenwagen een reusachtige watertobbe en enorme balen voer. Dan volgt een peloton van de ruiterij, ter bescherming van de stoet, en een militaire wagen getrokken door twee muilezels. Toevallige toeschouwers kijken hun ogen uit. De wegen zijn slecht, de wolven bedreigend en de tocht zal niet sneller gaan dan de langzaamste, de os. Bovendien is het de gewoonte van Salomon om ’s middags drie tot vier uur te rusten, te baden en te modderbaden.

Niet alleen het vervoer, ook de onderlinge machtsverhoudingen en eerkwesties leveren problemen op. Saramago beschrijft alles met veel humor en een scherp oog voor menselijke verhoudingen. De vraag wie de eer krijgt om Salomon over te dragen aan de aartshertog van Oostenrijk veroorzaakt zelfs bijna een oorlog. Saramago bespot de machthebbers, maar wekt ook sympathie en mededogen voor zijn personages. Vooral voor de wijze kornak, die door zijn monopolypositie als verzorger van Salomon een zeker aanzien krijgt, maar uiteindelijk niets voorstelt, zelfs zijn prachtige naam Subhro wordt door Maximiliaan niets ontziend vervangen door Fritz. ‘Dat is een gemakkelijk te onthouden naam, bovendien zijn er al enorm veel fritzen in oostenrijk, jij wordt gewoon de zoveelste, maar wel de enige met een olifant’.

De stem van de schrijver, die becommentarieert en meedenkt, is voortdurend aanwezig. Hij is onderdeel van het verhaal en reflecteert tegelijkertijd, hij is geestig, filosofisch of theoretisch. Als de kornak het even te kwaad krijgt door ‘de laatste desastreuze gebeurtenissen’, deelt de verteller mee: De kornak ‘had even een vriendschappelijke hand op zijn schouder nodig, en dat is alles wat we hebben gedaan, onze hand op zijn schouder leggen.’

De Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago is 86 jaar. Naar zijn eigen zeggen is De tocht van de olifant zijn laatste roman. Een prachtige afsluiting van een bijzonder oeuvre.