Het woud en de citadel, memoires van een componist | auteur: Simeon ten Holt

Balans | € 29,50

Componist Simeon ten Holt, inmiddels 85 jaar, houdt al zestig jaar dagboeken bij. Deze geschriften, en ook herinneringen, beelden, brieven en documenten vormen de bronnen voor zijn memoires. Een fors boek over een rijk en gevuld leven van een toegewijd componist die in de loop van de twintigste eeuw zijn eigen taal en toon vond naast de opvattingen die er over de moderne muziek waren.

De kunstenaar die zich door een woud vecht naar een door grachten met monsters omgeven citadel. Binnen de muren zal hij zichzelf vinden. Deze metafoor staat model voor Simeons wijze van creëren. ‘Je wordt gewaar dat de binnenkant van de onneembare burcht buitenkant en de buitenkant binnenkant is, en dat de iemand die je tegenkomt op je heeft gewacht en niemand anders dan jezelf is.’ En geen mens kan je vertellen hoe deze transformatie gebeurt.

Dat het leven voor muziek centraal staat zal niemand verbazen. Werken en worstelen in eenzame afzondering, premières, reacties van critici en collegae en de vele contacten en vriendschappen die hun oorsprong hebben in de muziek, het komt allemaal voorbij. Een belangrijke rol in Simeons jeugdjaren is weggelegd voor componist Jakob van Domselaer.

Het kunstenaarsdorp Bergen vormt de thuishaven in het leven van Simeon. Hij is er geboren, heeft er het grootste deel van zijn leven gewoond en keerde er steeds weer terug na periodes in Parijs, Zuid Frankrijk en Amsterdam. Regelmatig vallen er namen van bekende Bergense kunstenaars, maar ook van andere personen die zeker voor degenen die hier zijn opgegroeid of wonen niet vreemd zullen zijn. Dat maakt het lezen van deze memoires extra boeiend.

Voor Simeon ten Holt was het schrijven in zijn dagboeken een voorwaarde voor het componeren: ‘De dagboekschrijver had de opdracht de ervaringen om te zetten in vruchtbare grond waarop de notenschrijver kon gedijen. Uit de compost verrees de notenschrijver. Er bestond een directe relatie tussen dagboekschrijver en notenschrijver, tussen compost en compositie.’

Van deze ‘compost’ heeft Simeon in zijn memoires geen strakke compositie gemaakt, maar hij werkte wel chronologisch vanaf zijn geboorte in 1923 tot aan nu. Hierbinnen heeft hij de hoofdstukken losjes op onderwerp gerangschikt, waardoor ondanks de vele gebeurtenissen en namen de lezer voldoende houvast heeft. En alles op een bescheiden toon, zichzelf niet ontziend, en in een stijl die afwisselend staccato (sommige dagboekcitaten) en legato is, zoals de mooie gedragen stukken die later als herinnering zijn opgeschreven.

Een bijzonder mens, een bijzonder leven, een bijzonder boek.