Een doodgewoon leven | auteur: Karel Capek

Wereldbibliotheek | € 16,50

‘In mijn leven is niets buitengewoons en dramatisch voorgevallen [..] Ik moet zeggen dat ik, wanneer ik er zo op terugblik, ronduit genoegen schep in de rechtlijnige en duidelijke weg die achter me ligt. [..] Wat een mooi, gewoon en oninteressant leven!’ is de conclusie van een man die op het eind van zijn leven besluit zijn verhaal op te schrijven.

Hij vertelt over zijn gelukkige jeugd in Tsjechië met een liefhebbende moeder en een arbeidzame vader die meubelmaker was. In heldere, spaarzame woorden en toch zeer nauwgezet beschrijft de man hoe hij als slimme jongen naar het gymnasium ging, hoe hij later in Praag ging studeren maar door een kleine ontsporing zijn studie beëindigde en bij de spoorwegen solliciteerde. Van daaruit begon zijn loopbaan als spoorwegbeambte. Langzaam klom hij hogerop en wist het te schoppen tot stationschef, terwijl hij ergens in dit traject een vrouw trouwde. De man schets een overzichtelijk, rustig leven waarin de gebeurtenissen in een duidelijk verband staan en elkaar noodzakelijk opvolgen. ‘Een kleine schone speelgoedwereld’ noemt hij het, waarin hij het spel ‘ons stationnetje’ speelde. Hoewel we af en toe kleine scheurtjes ontdekken, is hij overtuigd van zijn geluk. ‘Dit is de hele waarheid’. Maar is dit de hele waarheid?

Twee stemmen in de man raken in een twistgesprek: de een verdedigt zijn verhaal, de ander trekt alle verbanden die gelegd zijn in twijfel, breekt ze af en legt weer nieuwe verbanden. Al kibbelend lopen ze het geleefde leven weer af. Van de keurige orde is niets meer heel. En elke keer besluit de man dat dit dan toch echt het hele verhaal was. En elke keer blijken zich weer nieuwe variaties en mogelijkheden voor te doen.

Door de fases van zijn leven steeds opnieuw vanuit en ander standpunt te bekijken, komt de man vlak voor zijn dood tot de ontdekking dat hij uit ontelbare personen bestaat. De mogelijkheden zijn onbeperkt. En ook anderen hebben elk een menigte in zich waardoor je dus in ieder ander een stuk van jezelf terug kunt zien. En dat in een doodgewoon leven van ‘zo’n beste, keurige man’. ‘Je zou niet zeggen dat het zo omvangrijk, zo glorieus was!’

In dit grootse boek van nog geen tweehonderd pagina’s imponeert de Tsjechische schrijver Karel Capek (1890-1938) met zijn lichte, heldere en humoristische stijl en zijn vermogen de vermeende waarheid voortdurend op zijn kop te zetten en de oneindigheid van menselijke gedragingen zichtbaar te maken. In een nieuwe vertaling is dit boek uit 1934 gelukkig weer leverbaar.