Suikerspin | auteur: Erik Vlaminck

Wereldbibliotheek | € 17,50

Wie bij de titel Suikerspin denkt aan een mierzoet boek komt bedrogen uit. Erik Vlaminks roman over vier generaties kermisondernemers is rauw, hard en Vlaams. Humor doorbreekt het beeld van een naargeestig kermisbestaan.

In ons nieuwjaarsgeschenkje van 2004, Anastasia, voert Erik Vlaminck voor de eerste keer personen op uit zijn pas verschenen boek. De vroeg twintigste-eeuwse kermis wordt daarin beschreven door een kermisbezoeker. Het is de betovering die spreekt. Veel uitgaven over de kermis richten zich op dit beeld van een bruisende wereld waarin feestvierders uit de dagelijkse sleur ontsnappen. In Suikerspin klimt Vlaminck achter de kermisfaçades en onderzoekt hij de familiegeschiedenis van Arthur van Hooylandt, die met de draaimolen van zijn vader op de kermis staat. Daarmee gaat een beerput open.

Als in een historische roman beschrijft Vlaminck het verleden van opa Jean-Baptist van Hooylandt die rond 1900 met een rariteitenkabinet rondtrekt. Eerst met zijn broer als zeemonster maar dat gaat fout: ‘na verloop van tijd kende hij van danige zattigheid het verschil tussen zijn voorkant en zijn achterkant niet meer. En zo heeft hij de zaak bijna de dieperik in gedronken want de mensen wilden een verschrikkelijk zeemonster zien waar ze rillingen van op hun ruggengraat kregen, en geen zatte paljas die zeverend en zwijmelend in zijn waterbak zat’. Vervolgens met een Siamese tweeling, Joséphine en Anastasia Froidecoeur.

Steeds wordt het verhaal onderbroken en komen afwisselend kleinzoon Arthur en achterkleinkind Tony van Hooylandt aan het woord. De vader grof, teleurgesteld in het leven en kankerend op de samenleving, Tony beschaafd, leraar van beroep, vol van zorgen over zijn vader. Zo verspringt het verhaal spannend in tijd en van toon. Telkens ontdekken we meer van wat er zich in de levens van de hoofdpersonen afspeelt.

Wanneer een schrijver zich bij Arthur van Hooylandt meldt, omdat hij een onderzoek verricht naar het huiveringwekkende verleden van Jean-Baptist met zijn Siamese tweeling komt alles in een stroomversnelling. In het streven om te overleven krijgt aan de onderkant van de samenleving iedere generatie te maken met bedrog en wandaden. Die worden door Vlaminck als in een detective ontrafeld.

Deze roman is confronterend. Het taalgebruik en de misdragingen zijn soms schokkend. Dat toont de beeldende kracht van de schrijver aan. Je ruikt het verleden dat grondig is onderzocht. De ondernemersrisico’s van rondtrekkende kermisexploitanten, de lichamelijke onmogelijkheden van de Siamese tweeling, de maatschappelijke positionering en niet te vergeten de menselijke emoties die tot pijnlijke keuzes leiden, maken dit boek tot een wereld die je wel moet accepteren.