Vrije val | auteur: Juli Zeh

Ambo/Anthos | € 19,95

Per toeval heb ik mij laten verrassen door een literaire thriller. Sinds mijn twintigste verjaardag lees ik geen spannende boeken meer. Op mijn lijstje stond het nieuwste boek van Juli Zeh, een aanstormend Duits literair talent. Volgens de achterflap heeft Zeh’s nieuwe roman alles in zich: spanning, romantiek en een wetenschappelijk avontuur. Een ideaal boek voor in de vakantie leek mij. Nu kan ik zeggen: een aanrader voor de maand van het spannende boek (juni) én de vakantie, maar bepaald geen licht niemendalletje.

Juli Zeh heeft zowel een roman geschreven die er toe doet, als een ingenieuze thriller waarbij je tot het einde toe benieuwd bent wat de echte drijfveren van de personages zijn. In de roman worstelen de bevriende fysici Oskar en Sebastian met hun plaats in het leven, met elkaars wetenschappelijke overtuigingen en met hun liefdesleven. De mens wordt kwetsbaar neergezet: ‘Weinig mensen beheersen de kunst om bang te zijn voor de juiste dingen.’ ‘Ze hebben niet door dat ze zich in de wachtkamer van de eigenlijke catastrofe bevinden, die niet bestaat uit de smak, maar uit de vrije val. De mens is een gat in het niets’.

In de krimi wordt Sebastian gedwongen om een vriend van zijn vrouw te vermoorden, nadat zijn zoon is ontvoerd. Twee rechercheurs moeten ondanks rivaliteit de moordenaar ontmantelen en het moordvraagstuk oplossen. Dat lukt, maar door de complexe karakters en ethische vraagstukken blijven er twijfels over wie de werkelijke schuldige is, ook wanneer alles lijkt opgelost. ‘We zeggen dat het ongeveer zo is gegaan’.

Fysica en ethiek in één boek, het vraagt wat van de lezer en dat wordt versterkt door een te klein lettertype. Maar de personages zijn geloofwaardig. Moeilijke hersenspinsels ontstaan op logische momenten, zoals tijdens een lange treinreis of door angst. De gezinssituatie van Sebastian, de levens van Oskar en van de commissarissen Rita Skura en Riet zie je herkenbaar en beeldend aan je voorbijtrekken. En dan is er een schrijfster/waarneemster die alles overziet en vanuit vogelperspectief op filmische wijze haar waarheid componeert. Aan het einde van de geschiedenis neemt zij afscheid van haar personages met de woorden: ‘Zijn schedel is opengespleten, een gespartel, een gefladder, iets wringt zich naar buiten. Het rilt, spreidt zijn vleugels, verspreidt een iriserend licht van onaardse schoonheid, mooier dan alles wat Riet ooit heeft gezien. Tot ziens, waarnemer, denkt de commissaris. Een vogel klimt in de lucht. Vindt zijn zwerm. Cirkelt boven de stad’. Haar lezers zullen moeten wachten tot haar volgende boek verschijnt.