De avontuurlijke architectuur van scouting

Uitgeverij Blauwdruk | € 29,15

Er zijn weinig plekken waar een mens zoveel voorliefdes tegenkomt als in een boekwinkel. Het is verbazingwekkend in hoeveel deelgebieden mensen zich laten inspireren tot het maken van een boekwerk. Als verkoper word je voortdurend verrast. Wie verwacht bijvoorbeeld de titel: De avontuurlijke architectuur van scouting?

Ik heb nooit iets met padvinderij gehad. Mijn broer kwam wekelijks thuis met spectaculaire verhalen over belevingen bij de zeeverkenners en ik vroeg mij af hoe hij het in die knellende groepsstructuur volhield. Het is de uitdagende vormgeving van dit architectuurboek die mij tot lezen bracht over de geschiedenis van de scouting, maar vooral over de architectuur die daaruit voortkomt. Het biedt een prachtig informatief overzicht met foto’s en bouwtekeningen van veertien boeiende clubgebouwen die in twintig jaar zijn verwezenlijkt. Twee gebouwen zijn ontworpen door Maarten Min, van Min2 bouw-kunst uit Bergen. Waaronder het mooiste gebouw uit het hele boekwerk, De Burcht uit Bergen, voor scoutinggroep de Heerlijkheid en Rijvereniging Kennemer Ruiters, dat de cover bepaalt.
Vanaf circa 1910 moeten scouts het doen met afgedankte schuren, zolders, onbewoonbaar verklaarde woningen en verlaten forten zonder sanitair. Dit past bij de denkbeelden van de oervader van het scoutingwezen, Baden-Powell, die in 1907 het rauwe buitenleven voor jongeren bejubelt, respect voor de natuur en elkaar. Een spannende wereld, zonder luxe, waarin jongeren spelenderwijs oplossingen vinden. Het lijkt in tegenspraak met de recente, verzorgde, modern vormgegeven clubhuizen die in dit boek speciale aandacht krijgen.


Toch is er al een eeuw lang nagedacht over ideale behuizing, de eerste jaren uit nood. Ook na WO II zijn de ruimten schaars. In Alkmaar ontstaat het initiatief om vier groepen in één onderkomen onder te brengen. Maar belangrijker voor de architectuur zijn vanaf 1948 de inspanningen van architect David Zuiderhoek. Aan de Academie voor bouwkunst in Amsterdam krijgen zijn studenten opdracht om padvinderstroephuizen te ontwerpen: het begin van studies die de ideale ruimte onderzoeken, stoer, met de mogelijkheid om vrij te spelen. De laatste decennia hebben factoren als brandstichtingen, brandweereisen en stadsuitbreidingen, maar ook financiële steun nieuwbouw gestimuleerd. Bijzondere vormgeving kon niet uitblijven.


De avontuurlijke architectuur van scouting is een inspiratiebron voor toekomstige clubhuisbouwers en voor liefhebbers van natuurlijke materialen. In het boek zien we hoe architecten van nu de binnenruimte verbinden met de buitenwereld. Er is ruim aandacht voor de boeiende ideeën die aan de ontwerpen ten grondslag liggen. Gelukkig zijn deze goed te begrijpen, zelfs wanneer je geen zeeverkenner bent. Een verrassend nieuwe invalshoek en een prachtig uitgegeven boek.