Wie knippert is bang voor de dood | auteur: Knud Romer

Querido | € 17,95

Denemarken lijkt op Nederland wordt vaak gezegd. Toch zien we weinig Deense romans in de winkels. Onlangs verscheen de debuutroman van Knud Romer in Nederlandse vertaling. Hiervoor kreeg hij in Denemarken de belangrijkste debuutprijs, de literatuurprijs van het grootste dagblad en de prijs van de Deense boekhandel. Alle reden om aandacht te schenken aan “Wie knippert is bang voor de dood”.

Nykøbing is een klein stadje bij zee. In de winter ruikt het er naar suikerbieten, roeken maken er de dienst uit. Als de vader van Knud een nieuwe Mercedes krijgt, rijdt hij weg “in de eerste versnelling en daarna in de tweede en maakte een ritje door Nykøbing”. Zo vredig als dit oogt, zo naar zijn in het debuut van Romer de mensen die er wonen.

Knud wordt op school voortdurend gepest door zijn klasgenoten. Hij is het enige kind van een Deense vader en een Duitse moeder en groeit op tijdens de Koude Oorlog. Zijn moeders nationaliteit wordt in Denemarken niet gedoogd. Het gezin raakt geïsoleerd temidden van een vijandige buitenwereld. Knud is volledig aangewezen op zijn ouders, bij wie het verleden een grote rol speelt. Het boek lijmt de scherven uit hun verleden aaneen.“Oom Helmut zat vol granaatsplinters, die op gezette tijden uit hem kwamen. Elke keer wanneer wij elkaar zagen gaf hij me een nieuw stukje en vertelde over de oorlog. Splinter voor splinter zette ik de verhalen in elkaar”.

Het leven van zijn ouders en de daarbij horende geschiedenissen, van grootvader aan vaders kant bij wie de meest fantastische plannen gedoemd zijn om te mislukken, van zijn grootouders aan moeders kant, die van alles meemaken tijdens de Tweede Wereldoorlog, van tantes en ooms en de hobbels in hun leven, ze maskeren de eenzaamheid en de angsten van Knud. Tegelijkertijd bouwen ze aan een eerbetoon voor zijn moeder, die het meest belaagd is van allen.

In “Wie knippert is bang voor de dood” staat geen woord teveel. De familierelazen bieden duidelijk meer stof tot schrijven, maar niet in dit boek. En door de bittere ernst heen vonkt Romers humor. “Tante Eva gaf me een spitse zoen op mijn wang en zei:’Na, kleiner Knud, fröhliche Weihnachten’. Haar stem brak de kerstwensen doormidden in kleine, schelle stukjes. Ze begroette pa en wendde zich ten slotte tot ma en zei: ‘Schau mal einer an, das Hildemäuschen.’ Ma barstte uit in een ‘Ach, Evamäuschen!’ Vervolgens vielen ze in elkaars armen en haatten elkaar hartgrondig”. In de vorm van een familieroman voltrekt zich een afrekening, met Knuds verleden, met inwoners van een ‘onschuldig’ stadje. Een periode die wordt afgesloten met een geweldige knal.