Witte veder | auteur: Sanneke van Hassel

De Bezige Bij | € 15,00

Witte veder is de tweede verhalenbundel van de jonge, veelbelovende schrijfster Sanneke van Hassel. Zij debuteerde met de door de pers bejubelde bundel korte verhalen IJsregen. In haar daaropvolgende boek laat ze opnieuw zien dat het korte verhaal voor haar een geschikte vorm is om zich in uit te drukken.

Het is een mooie en bonte verzameling ‘stijloefeningen’, waarbij Van Hassel met evenveel gemak kruipt in de huid van een oude eenzame man als een zwangere vrouw, een jonge pas gescheiden man, twee zussen of een klein meisje. De verhalen spelen zich af in Rome, Rotterdam, Amsterdam… Wat hen bindt is de triestheid die als een mist om alle personages hangt. Ze zijn meestal eenzaam, staan ongemakkelijk in het leven, door ouderdom, teleurstellingen en mislukte relaties. Echt vrolijk word je er niet van, eerder bekruipt je een onbehaaglijk gevoel en iets van droefheid.

De zwangere en dus kwetsbare vrouw uit het eerste verhaal, Kistjes, raakt door angst bevangen. Ze bevindt zich in het drukke openbaar vervoer in Amsterdam. In haar hoofd draait er voortdurend een film met allerlei rampspoedscenario’s, terwijl zij met de tram voorbij een boekhandel rijdt met in de etalage het nieuwe boek Calamiteitenleer voor gevorderden, van een jonge Amerikaanse schrijfster. Alle details in de verhalen van Sanneke van Hassel zijn belangrijk. Ze legt niet veel uit, maar elk element geeft betekenis prijs.

Zich aan hem tonen, het verhaal waarin een gescheiden vrouw wacht op de thuiskomst van haar lievelingszoon, vind ik erg mooi. Het laat zien hoe zorgvuldig de schrijfster de gebeurtenissen doseert. De manier waarop de moeder het huis klaarmaakt, de werkster instructies geeft, inkopen doet, bloemen koopt, voordat haar zoon thuiskomt. ‘Gladiolen kiest ze, ze houdt van de statige stengels, de felgekleurde kelken. Doodsbloemen, noemde een vriendin ze.’ Elk zorgvuldig gekozen detail verhoogt de spanning van haar wachten. ‘Ze zet het vaatdoekje in water met vlekkenzout. Een fles rode wijn openmaken. Ze schenkt in.’

Veel woorden heeft Sanneke van Hassel niet nodig. De verhalen zijn onopgesmukt, haar zinnen zijn kort. De spaarzame beeldspraak die ze zichzelf gunt, staat altijd in dienst van de zeggingskracht van het verhaal: ‘Het is benauwd in de zaal. Voor een podium ter grootte van twee grafkisten staan tafeltjes waaraan zich een man of vijf publiek heeft verzameld.’ Dat voorspelt niet veel goeds over het verloop van de avond.

Binnenkort, op 11 oktober, treedt Sanneke van Hassel op in Bergen. We zullen zorgen dat het podium daar de grootte van twee bloembedden zal hebben. Dat verdient ze.