De rokken van de ui | auteur: Günther Grass

In september 2006 ontstaat er in Duitsland ophef over ‘De rokken van de ui’, de autobiografie van Günther Grass. Voor velen is zijn geloofwaardigheid verdwenen nu hij, na jarenlange strijd voor openbaarmaking van het nationale oorlogsverleden, op late leeftijd beschrijft hoe hij tijdens de Tweede Wereldoorlog deel uitmaakt van de SS. Bijna sensatiebelust-nieuwsgierig heb ik eerst de Duitse en daarna de pas verschenen Nederlandse editie in handen genomen. Wat heeft deze man uitgespookt, auteur van een van de beste boeken die ik ooit heb gelezen, ‘De blikken trommel’?

Vanaf de eerste bladzijde heb je te maken met een rasschrijver, een zinnenbouwer. Het boek is eerder een autobiografische roman dan een autobiografie. Schil voor schil pelt hij de ui op weg naar een verleden, waarbij hij afstand schept tussen de schrijver van nu en de twaalfjarige jongen die voor hem vlucht. Hoe sterk is het geheugen? Bij mij neemt interesse het over van sensatiezucht. De schrijver ontdekt een jongen met passie voor beeldende kunst, maar ook een knaap die geen vragen stelt wanneer mensen in zijn omgeving verdwijnen. Een jongen die wil geloven in het Duitsland zoals hij dat voorgeschoteld krijgt bij het Jungvolk en de Hitlerjugend. Bij het pellen zijn scherpe sappen niet te vermijden. In 1944 meldt hij zich aan voor het leger. Pas later wordt hij opgeroepen voor een ander onderdeel dan waarvoor hij zich had opgegeven, een pantserdivisie van de Waffen-SS. Hij is 17 jaar, raakt verloren tussen de fronten, en loopt het risico dat hij als verrader wordt opgehangen aan een van de bomen langs de wegen die hij kruist. Hij raakt gewond, komt in een ziekenhuis en vandaar in Amerikaanse krijgsgevangenkampen. Verrassenderwijs speelt ideologie voor de verslagen soldaat geen rol. Na de oorlog wordt hij gedreven door drie vormen van honger: de letterlijke, die van zijn onbeteugelbare geslachtsdeel en die naar kunst. Deze laatste leidt hem naar beeldende kunstacademies in Düsseldorf en Berlijn. Voortdurend geeft Grass aan waar vrienden, leerkrachten, kunstenaars en passanten in zijn romans zijn terechtgekomen. Een jongetje met blikken trom verstoort het eerste bezoek aan zijn latere schoonouders. De autobiografie eindigt bij de presentatie van ‘Die Blechtrommel’ in 1959. Daarna leeft hij “van bladzijde naar bladzijde en tussen het ene boek en het andere”.

Wat blijft na lezing van het boek is niet de schande, maar de mens en zijn gedragingen. Het boek is niet evenwichtig, de schrijver niet om lief te hebben, maar in alles zet ‘de ui’ aan tot nadenken; over volgzaamheid, belangrijk zijn, levenslange pijn, over menselijk zijn. Ik moet ‘De blikken trommel’ herlezen!