De literaire kring | auteur: Marjolein Februari

Prometheus

Het was een gruwelijke massamoord. In 1996 verkocht het Nederlandse bedrijf Vos met antivries vervuilde glycerine door aan Haïti. Daar werd deze stof verwerkt in hoestdrank voor kinderen. De gevolgen waren desastreus: meer dan tachtig kinderen overleden aan het giftige medicijn. Deze gebeurtenis vormt de basis voor de nieuwe roman van Marjolein Februari, De literaire kring. Ik ben erdoor geschokt, maar daarbij ben ik geschokt dat ik me het hele voorval niet meer herinner uit het nieuws en de kranten van die tijd.

Het verhaal speelt zich af in een welvarend dorp in het midden van het land. Hier ‘is alles vredig en je zou zeggen dat het dorp autonoom voortdobbert; far from the madding crowd.’ ‘Zou zeggen’, want in werkelijkheid hebben de invloedrijke bewoners macht die strekt tot ver buiten de landsgrenzen. Het neusje van de zalm van de notabelen heeft zich verenigd in de literaire kring. En dat zij hun invloed niet alleen ten goede, maar ook ten kwade kunnen wenden, blijkt uit deze geschiedenis.

Teresa, dochter van een van de kringleden, een beroemd staatsrechtgeleerde, groeide op in het dorp, heeft er een gerieflijk huis, een rijke man. Aan het begin van de roman wordt Teresa uit haar comfortabele maar lethargische situatie geschud door de ontmoeting met een oud-klasgenoot en journalist. Heeft zij niet gehoord van de internationaal succesvolle debuutroman van Ruth Ackermann, die zes jaar lang hun klasgenoot was? De dochter van Erik de Winter, destijds directeur van het bedrijf dat bekend werd door het glycerineschandaal? Ruth schreef een autobiografisch boek over haar opname in het gesticht, nadat haar moeder zelfmoordpogingen had ondernomen. Erik de Winter was vóór het schandaal lid van de literaire kring. Wist Teresa’s vader als kringlid van de verzending van de glycerine, was hij medeverantwoordelijk voor de moord? Langzaam ontwaakt Teresa uit haar slaaptoestand en aan het eind van het boek dringt in volle hevigheid de waarheid tot haar door.
Februari’s schrijfstijl typeert treffend een intellectuele elite, hoogdravend met irritant veel Engelse uitdrukkingen. Door de heldere compositie waarin langzaam de waarheid wordt prijsgegeven, houdt het verhaal je tot het eind toe in zijn greep.

Het boek is een aanklacht tegen het afschuiven van verantwoordelijkheden, het de ogen sluiten en laten gebeuren, zo typerend voor onze samenleving. Zoals de leden van de literaire kring niets deden om de verkoop van de giftige stof naar Haïti te voorkomen. Zoals klasgenoten van Ruth Ackermann niets deden terwijl ze zagen dat zij de vernieling indraaide. Zoals de overheid instemde met een goedkope schikking, waardoor Erik de Winter nooit is veroordeeld.

De tijdgeest maakt deze roman noodzakelijk.