Morgen zijn we in Pamplona | auteur: Jan van Mersbergen

Cossee | € 16,90

‘Een bokser rent door de stad.’ Hij vlucht, hij heeft zojuist gevochten. Hij snelt de stad uit en krijgt een lift van een man die op weg is naar Pamplona, voor het stierenrennen.

In de nieuwe roman van Jan van Mersbergen volgen we de bokser Danny op zijn tocht naar Pamplona. Samen met Robert, die hem de lift gaf, en een menigte anderen staat hij uiteindelijk in de straten van die stad te wachten op het moment dat de stieren worden losgelaten. ‘Soms is weglopen het beste’ zei Robert in de auto al. Maar Danny blijft stokstijf staan en kijkt een stier recht in de ogen. Het boek eindigt als de mannen weer teruggereden zijn naar Nederland en Danny in de trein zit, naar Amsterdam. Dit is het eenvoudige verhaal.

Daardoorheen gevlochten zijn de gebeurtenissen van voor de tocht. Zo komen we beetje bij beetje aan de weet wat zich heeft afgespeeld. Danny werd tijdens een gewonnen wedstrijd gespot door Pavel, organisator van bokswedstrijden. Met als einddoel een bokswedstrijd in Leipzig, gaat hij voor deze man in training, maar meer nog voor zijn mooie assistente Ragna, tot wie hij zich vanaf het eerste moment aangetrokken voelde. Er ontstaat een verhouding die broeierig en lichamelijk is. Het lijkt erop dat Danny niet de enige man in haar leven is. Danny krijgt wantrouwen en de lezer een onbehaaglijk vermoeden.

De informatie die we als lezer krijgen is summier. Robert, die de bokser van droge kleding, voedsel en drank voorziet neemt lifters mee ‘uit nieuwsgierigheid naar wat ze te vertellen hebben’. ‘Misschien vertel ik wel niks’, was Danny’s antwoord. Ook de verhaallijn die de opmaat vormt voor Danny’s vlucht geeft geen antwoord op het waarom van de gebeurtenissen. We moeten het doen met de kale feiten en de tastbare omgeving. En hierin munt Van Mersbergen uit. In een afgewogen, rustig tempo en een nauwkeurige, gedetailleerde stijl krijgt alles betekenis. Een standbeeld van een vrouw die een kind in de lucht houdt, kippen die onderweg van een vrachtwagen zijn gevallen en gewoon op de snelweg blijven zitten. ‘Stomme beesten’ volgens Robert, anders zouden ze wel wegrennen. Door het uitvergroten van kleinigheden en het onbenoemd laten van de drijfveren ontstaat er een onderhuidse spanning, een beklemmende lading. Zoals ook Danny juist de kruimels op een leeg gebakbordje ziet als hij de waarheid over Ragna hoort. Voor wie aandachtig leest, wordt er veel prijsgegeven. Mooi is ook de spiegeling tussen heen- en terugreis. Vóór Pamplona was het Robert die zich over Danny ontfermde, na Pamplona neemt Danny de verzorgende rol op zich en laat de gewonde Robert zich rijden.

Danny is gestopt met rennen, hij laat de gevolgen op zich afkomen. En die zullen er niet om liegen.