De kaart en het gebied | Michel Houllebecq

Laudatio uitgesproken door Thomas Swinkels op donderdag 10 mei 2012 bij de nominatie voor de Europese Literatuurprijs

Vijf tot acht minuten heb ik de tijd om u mee te nemen, weg van de grote opdringerige stad Amsterdam, naar het heerlijke en door duinen omgeven dorp Bergen, waar, bij de oude ruïnekerk in het hart van deze plaats zich een honderdentweejaar oude pittoreske boekhandel bevindt. Steevast staat daar een kalende man met vrolijke oren en een priemende neus die met veel plezier, schijnbaar onbekommerd, boeken aanprijst. Maar na het lezen van De kaart en het gebied van Michel Houellebecq treft hem een groot gevoel van schaamte. Jarenlang heeft hij geluisterd naar mensen die geen goed woord voor de Franse auteur over hebben: hij zou gitzwarte teksten schrijven en een vervelende kerel zijn die, volgens een vriendin, vooral interesse heeft in bindingsvrije seks. Nadat de man, verleid door de beginregels van de kaart en het gebied, die over zijn lievelingsstokpaard de beeldende kunst gaan, voor het eerst een roman van hem heeft beleefd, beseft hij dat hij de werken van Houellebecq jarenlang onterecht negeerde. Een schrijver die met een hoofdpersoon als Jed Martin, de lezer ademloos tot het einde toe kan boeien, verdient de grootste lof.

 
Beeldend kunstenaar Jed Martin leeft zeer teruggetrokken in Parijs en heeft nauwelijks contacten. Op het laatst ondergaat hij het bestaan zelfs in totale afzondering op het Franse platteland. Zijn moeder heeft ooit zelfmoord gepleegd, zijn vader steekt als architect al zijn tijd in lucratieve bouwprojecten. Het leven overkomt hem. Zijn loopbaan als kunstenaar kent vier perioden, voor wie de passieve momenten niet meerekent. Al vroeg baart hij opzien met neutrale foto’s van ijzerwaren. Dan krijgt hij bekendheid met foto’s van Michelinkaarten. Een mondiale doorbraak dankt hij aan schilderijen/portretten, die de elementaire beroepen uitbeelden en naar het eind van zijn leven maakt hij filmfragmenten van een alles overmeesterende natuur. Door zijn kunstwerken komt hij in contact met de wereld. De beeldschone Russische Olga die werkt voor Michelin komt op zijn pad en gaat er weer vanaf, haar collega Marylin ontwikkelt zich tot het communicatiewonder dat bijdraagt aan Jeds wereldfaam, galeriehouder Franz ontpopt zich als de grote geldmachine en schrijver Houellebecq wordt op brute oneigenlijke wijze in het kunstverhaal getrokken en er op nog brutere wijze weer uitgezet. Eigenlijk heeft Jed alleen een echte vertrouwensrelatie met zijn eigenwijs tikkende onbetrouwbare verwarmingsketel. Het is exemplarisch voor de fantasie van Houellebecq.
 
Van de eerste tot de laatste bladzijden roept Jeds geschiedenis vragen op: over de rol van het geld in de hedendaagse westerse maatschappij, over wat genialiteit voorstelt in de kunsten, over wat nou echt de standpunten zijn van Jed of Houellebecq. Waar vriendschap of liefde begint, maar ook of onze verhoudingen tot elkaar worden bepaald door andere belangen dan die van de pure genegenheid. Het toont het beeld van een kunstenaar wiens leven en werken vooral zijn adem zijn, zijn noodzaak, met daaromheen een wereld die voortdurend probeert om dingen gewichtiger te maken, voor zichzelf op te eisen, om erbij te horen, of, en misschien wel voornamelijk, om er beter van te worden, zich te verrijken. Het is een roman die verwondering oproept en die ertoe doet, om het taalgebruik, om de inhoud, om de opbouw, om iets onverklaarbaars. Al deze ingrediënten worden gekoppeld aan een onstuitbare fantasie en verbeeldingskracht.
 
Niet dat het daardoor een loodzwaar boek is om doorheen te ploegen. Het sprankelt aan alle kanten en wie het leest is op reis in Frankrijk en in de tijd. Het danst van een roman naar een biografie, van de inleiding van een tentoonstellingscatalogus naar een politieroman, en aan het eind naar een toekomstroman met een vleugje science fiction. Wie het boek leest is met Google Earth aan het spelen. Alleen, Houellebecq zoemt verder in. De detailleringen vormen een prachtige en komische spiegel voor de moderne maatschappij, van extreem grote aantallen pixels bij fototoestellen, tot een letterlijke omschrijving van de ambtelijke functie van de politiecommissaris. Alles in vloeiende stijl, perfect getimed en waarachtig. Het spel tast nergens de doorgaande onderhuidse kern van het boek aan. Die kern levert niet het meest vrolijke wereldbeeld op, maar het is zeer aanneembaar dat de schrijver op meerdere momenten tijdens het schrijven hikkend van het lachen achter zijn schrijftafel zat. Enkele mensen in Bergen noemen het zelfs een zeer optimistische roman.
 
Dankzij de vertaling van Martin de Haan kunnen de Nederlandse lezers net zo genieten van dit meesterwerk als de Franse. Is dit boek wel door een Fransman geschreven? Ja, en dat is het sterke van de vertaling. Waar het kan, zijn woorden dicht bij het Frans gebleven en waar het moet niet vertaald. Maar er wordt in de Nederlandse taal gedacht en gesproken, met dezelfde directheid en vindingrijkheid, zonder hinderlijke Franse zinsconstructies.
 
De kalende man, met op het voorhoofd een merkwaardig toefje grijs haar, is blij dat hij nu zijn fout goed kan maken. Het is vanaf zijn eiland, met krakend eikenhouten vloer, niet correct om zich te mengen in juryaangelegenheden: of de prijs elk jaar naar een andere Europese nationaliteit moet gaan?, of de commerciële potentie moet meewegen?, of het vaststaat dat een auteur bij de uitreiking aanwezig is? Argumenten van een buitenwereld die niets toevoegt of afdoet aan de inhoud van een geniaal boek. Hij is de schrijver en vertaler slechts dankbaar, voor het genot dat hij heeft ondervonden tijdens het lezen, voor de fijne discussies die dankzij het boek met regelmaat ontstaan in zijn winkel. Het is win-win tussen handel en privéplezier, absoluut win-win. Hij heeft het volgende boek van Houellebecq alweer ter hand genomen, De koude revolutie uit 2004, met een prachtig stuk over H.P. Lovecraft. Een absolute aanrader na De kaart en het gebied.