Geur van gedroogde appel | auteur: Willem van Toorn

Querido | € 19,95

Onlangs verscheen er een nieuwe bundel verhalen van Willem van Toorn. Hij schreef eind jaren tachtig het succesboek Er moeten nogal wat halve-garen wonen, schrijvers in en over Bergen. Het nieuwste boek bevat veertien verhalen die beklijven. Drie ervan breng ik onder de aandacht.

Veel indruk maakte Na het beleg, waarin dichter Erik Leeman - Van Toorns alter ego – aan een kunstfestival deelneemt in het ontzette Sarajevo. De heenreis naar deze door de oorlog verminkte stad is prachtig beschreven. Met het vliegtuig vertrekt Erik naar Zagreb. Van daar voert de reis verder per bus. Indrukwekkend zijn de impressies van het schilderachtige landschap in contrast met de gruwelijke verwoestingen van de oorlog.

“Ze keken van de smalle weg langs een berghelling neer op een dorpje aan een riviertje in het dal; in het midden waren van de moskee alleen nog de lijnen van de muren te zien, als bij de opgraving van een Griekse tempel; eromheen waren zwarte brandplekken van geruïneerde huizen; het orthodoxe kerkje en de overige huizen stonden met stallen, schuren, bloeiende boomgaarden en tuintjes vol bloemen in de zon alsof er nooit een oorlog was geweest.”


Het verhaal geeft scherp weer hoe een land op de puinhopen van een oorlog probeert verder te gaan. Oorlogsinvaliden strijden voor een uitkering, jonge, gezonde mensen schuiven de voorbije jaren onder het tapijt (“war is over”) en gaan over tot de orde van de dag, schrijvers vragen zich af hoe ze de recente geschiedenis kunnen verwoorden.


Een wonderschoon verhaal is Haarlem Station, dat eerder in de Muggenreeks verscheen. De sfeer, en Van Toorn is een meester in het oproepen van sferen, is die van het nachtelijk Haarlem begin jaren vijftig, met veel sigarettenrook. Een zeventienjarige jongen heeft net de bons gekregen van zijn grote liefde. Hij mist de laatste trein naar Amsterdam en loopt door de koude, natte, donkere stad….
Het titelverhaal, De geur van gedroogde appels, is aandoenlijk. De hoofdpersoon kijkt ’s nachts in de keuken van een oude boerderij in Frankrijk naar de maanlanding in 1969. Een bejaarde oma schilt appeltjes aan de keukentafel, omdat ze niet kan slapen. “Er zijn mensen op de maan (..) Moet u niet kijken?” Het vrouwtje begint krakend te lachen. Dat een volwassen man zich zo laat beetnemen door de televisie! Dat is niet echt, dat maken ze in Parijs, voor kinderen.


De verhalen van Willem van Toorn lijken dicht bij zijn eigen leven te staan. Ze zijn bedrieglijk ongekunsteld, eerlijk van toon, rijk, tot in de puntjes uitgewerkt: een genot om te lezen.