Kiek | auteur: Mariken Jongman

Lemniscaat | € 13,95

‘Vroeger zei ze natuurlijk geen ‘genadewip’. Vroeger zei ze dat ik was ontstaan uit de liefdevolle samensmelting van haar eitje met het zaadje van een onbekende gever.’ Aldus de veertienjarige Kiek over haar moeder.

Kiek heeft er alles voor over om erachter te komen wie de man is die haar heeft verwekt. Veel aanknopingspunten zijn er niet. Ze weet alleen dat hij de bassist was van een bandje uit die tijd. Met haar vriendin Lottie bedenkt ze een manier om haar vader toch een gezicht te geven. Zij gaan een portret samenstellen uit verschillende bassisten, de neus van de een, de oren van de ander en zo verder. De bassist van de schoolband is hun eerste model. Om zoveel mogelijk over het karakter en de eigenschappen van bassisten te ontdekken, zal Kiek hem interviewen, terwijl Lottie ondertussen schetsen van de neus maakt.

”Weet je wie ook werd samengesteld?” fluisterde Lottie vanuit haar mondhoek. ”Het monster van Frankenstein.” Lottie had gelijk. Het monster van Frankenstein was ook samengesteld uit verschillende lichaamsdelen. Niet van bassisten natuurlijk, maar van lijken.’ Het lukt de vriendinnen niet alleen om een ‘echt’ portret van Kieks vader te maken, ze komen ook steeds meer te weten over zijn ware identiteit.

Kiek is het tweede boek voor twaalf plussers van de schrijfster Mariken Jongman, en weer net zo fris en energiek als haar debuut, Rits. Het zijn boeken waar je een goed gevoel door krijgt. Jongeren die zich in een lastige situatie bevinden gaan niet bij de pakken neerzitten, maar met vindingrijkheid en creativiteit pakken ze dingen aan en lossen die op. Zo helpen ze zichzelf en hun omgeving. Jongman schrijft ogenschijnlijk luchtig en gemakkelijk leesbaar, maar het is knap hoe ze verschillende verhaallijnen passend in elkaar schuift en mooie metaforen gebruikt voor onderwerpen die ze ter discussie wil stellen. Frankenstein, het boek dat Kiek aan het lezen is, roept elke keer vragen op die ook betrekking hebben op haar eigen situatie. ‘Victor zag het levende monster voor het eerst, schrok, en ging er als een haas vandoor. Nou vraag ik je! Ik vind het zielig. Ik zou ook kwaad zijn, als ik het monster was. Hij heeft er niet om gevraagd om gemaakt te worden. Het ene moment bestaat hij niet, het andere moment moet hij het maar alleen uitzoeken.’

Daarbij valt er genoeg te lachen en is er altijd het spel met de taal en het plezier van het schrijven. Een tip voor kinderboekenweek.