De Parelduiker | auteur: Bas Lubberhuizen

Stichting het oog in ’t zeil | € 9,50

Een parelduiker heeft een avontuurlijk beroep. Hij weet nooit zeker wat hij uit de enorme zee naar boven haalt, maar hij gaat voor het mooiste, de zuiverste parel. Niet voor niets heet het boek van de week De Parelduiker. Alleen, het boek is deze week geen boek maar een tijdschrift.

Deze zomer heb ik genoten van drie Parelduikers. De eerste, uit mei, is volledig gewijd aan dichter/beeldend kunstenaar Chris van Geel. Het verschijnen van dit nummer valt samen met de opening van een tentoonstelling over hem in museum Kranenburgh. De facetten die in de uitgave samenkomen, Van Geels poëzie, zijn leven en zijn beeldende kunst, geven een prachtig uitgebalanceerd beeld van een interessant kunstenaar. Eindelijk komen gedichten, foto ’s en brieven naar buiten die jarenlang op een afgelegen zolder in de Egmondse duinen hebben gelegen. Van de aandacht voor de expositie profiteert het tijdschrift. Maar daarna is het stil, want literaire bladen vinden maar moeizaam hun weg naar het grote publiek.

Het daaropvolgende nummer is minstens zo onderhoudend. Ik pik er twee voor de omgeving relevante stukken uit. Een onbekend gedicht van Lucebert, Apollensdorfse Elegie, wordt ingeleid met een nieuwsgierigmakend verhaal van Peter Hofman, Tranen om Anneliese. Hierin schrijft Hofman over een vroege verliefdheid van Lucebert. Over een meisje dat hem bevrijdt van de Arbeitseinsatz in 1944 aan de Elbe, in het dorp Apollensdorf, op een moment dat hij het werk daar niet meer aankan. Het gedicht krijgt nu een onvermoede inhoud, alsof een uitdagende gesloten schelp is open gewrikt.

Het tweede stuk betreft een ongepubliceerde tekst van Ida Gerhardt over dans en dichterschap en een brief die zij schrijft aan zusters van het Sint-Liobaklooster in Egmond. Gerhardt verblijft jaarlijks in het klooster om er in rust te werken. Eens houdt zij voor de zusters een verhaal over de dans, die zo betekenisvol voor haar is. In een dankbrief voegt zij daar iets aan toe, een herinnering aan een gesprek met een koorddanseres. De toevoeging raakt volgens Gerhardtkenner Mieke Koenen een centraal thema in het werk van Ida Gerhardt: `dat je in leven en werk steeds bezig bent een wankel evenwicht te bewaren en het gevoel hebt dat je elk moment kan vallen’.

Zo biedt het tijdschrift telkens een verrassende speurtocht naar verborgen schatten. Ook in het derde nummer, met prachtverhalen over Gerard Reve, Johnny (the selfkicker) van Doorn en Slauerhoff, niet hoogdravend, maar juist warm en menselijk. Je wordt als lezer onderdeel van een wereld waarin nog zoveel te ontdekken valt.